Verminderde biofouling op kabels in toepassingen onderwater

Een van de grootste hindernissen bij langdurig gebruik van kabels onderwater is biofouling. Biofouling is de ongewenste aangroei en accumulatie van micro-organismen, planten, algen en kleine dieren op producten die ondergedompeld zijn in zeewater of er regelmatig mee in contact komen. Een voorbeeld van biofouling is de aanhechting van poliepen, mosselen, zeesterren en algen op een kabel. Door deze aangroei van organismen ‘groeit’ de kabel in diameter en gewicht.
Om deze groei van onderwaterorganismen te verminderen en te vertragen heeft LEONI een nieuw mantelmateriaal ontwikkeld. Het grote voordeel van het materiaal is dat er gebruik is gemaakt van een lichtzure toevoeging op het kabeloppervlak waardoor het zowel op korte als lange termijn effect heeft. Het effect werd zichtbaar tijdens een test van 6 maanden. Voor deze test zijn er kabels met verschillende mantelmaterialen getest in de Baltische Zee.
Het is mogelijk om het nieuw ontwikkelde materiaal in alle polyurethaan (PUR) gebaseerde mantelmaterialen te gebruiken. Het materiaal is bestand tegen zoutwater en zoetwater en bruikbaar voor zowel kabels in vaste installaties als voor flexibele kabels in bewegende toepassingen.

Dit bericht is geplaatst in nieuws producten. Bookmark de permalink.